Atlas Residency 2024

Het Atlas Ensemble is voor een tweede residentie te gast op Oranjewoud Festival met een geheel nieuwe formatie: zestien blazers en twee slagwerkers uit alle windstreken. Het vormt een onderdeel van een meerjarig traject, geïnitieerd door Oranjewoud Festival en samen met componist Joël Bons ontwikkeld. In 2019 won Bons de prestigieuze Grawemeyer Award for Music Composition (Nobelprijs voor muziek), voor zijn compositie Nomaden. Het Atlas Project vormt hierop een vervolg en heeft tot doel de stapsgewijze ontwikkeling van een transcultureel Atlas Orkest, bestaande uit 40 à 50 musici. Een ongehoorde klankwereld wordt ontsloten.  Op 21 juni 2025 debuteert het orkest in het Amsterdamse Concertgebouw tijdens de NTR ZaterdagMatinee in samenwerking met het Holland Festival.

OWF23 HR © Foppe Schut _S234952

Atlas Première

zo 2 juni 15.00 uur – Koetshuis Klein Jagtlust

Evenals vorig jaar zal het premièreconcert in 2024 bestaan uit een bonte reeks nieuwe composities van Joël Bons. Deze zijn speciaal in opdracht van Oranjewoud Festival gecomponeerd voor een uniek collectief van topmusici en instrumenten uit verschillende culturen. Stonden vorig jaar snaarinstrumenten  centraal, dit jaar is het de beurt aan een letterlijk ongehoord arsenaal aan blaasinstrumenten plus slagwerk. Het concert belooft een aaneenschakeling te worden van uiteenlopende stukken voor bamboefluiten, dubbelrieten en mondorgels, variërend van dromerig tot heftig, van melancholiek tot briljant, van intieme soli tot fors uitpakkend transcultureel blaasorkest. Je weet niet wat je hoort!

Meer informatie en kaarten

Bekijk de video’s van vorig jaar

Joël Bons 283 Strings – Atlas Ensemble, Oranjewoud Festival 29 May 2023
Joël Bons 283 Strings suite (7 short pieces) – Atlas Ensemble, Oranjewoud Festival 29 May 2023

Presentatieconcerten Atlas Solisten

In de aanloop naar het premièreconcert op 2 juni kun je kennismaken met een aantal instrumenten uit Azië en het Midden-Oosten die deel uitmaken van het Atlas Ensemble:

SHENG & SHO

Tijdens dit concert klinken de aan elkaar verwante mondorgels sheng en sho. De sterspelers komen uit China en Japan, Zifan Dai, Weng Ziyi (beide sheng) en Naomi Sato (sho) – Museum Belvédère, vrijdag 31 mei van 14.00 tot 14.30 en 15.00 tot 15.30 uur.

Dit onderdeel wordt niet los verkocht maar maakt deel uit van Expedition Vrijdag.

Meer informatie en kaarten

Foto Henriette Guest

DAEGUM & KOUSHNAI

In dit concert klinken de topmusici Hyelim Kim op de Koreaanse daegum en Shavkat Matyoqubov op de Oezbeekse koushnai – Museum Belvédère, zaterdag 1 juni van 15.00 tot 15.30 en 16.00 tot 16.30 uur

Dit onderdeel wordt niet los verkocht maar maakt deel uit van Expedition Zaterdag.

Meer informatie en kaarten

Hyelim-Kim2

DUDUK, GUANZI & PIRI

Maak kennis met de aan elkaar verwante duduk, guanzi en de piri. De musici zijn stersolisten uit Armenië, China en Korea: Gevorg Dabaghian (duduk/zurna), Guo Yazhi (guanzi/suona) en Gamin Kang (piri/taepyeonso) – Koetshuis Klein Jagtlust, zaterdag 1 juni van 18.45 tot 20.00 uur.

Meer informatie en kaarten

Gevorg

Lees meer over deze instrumenten

De sheng is een Chinese mondorgel. Het lichaam is een kom gemaakt van metaal, hout of een kalebas. Het instrument heeft een blaaspijp en 17 tot 36 bamboe- of metalen pijpen die vanaf de bovenkant van de kom uitsteken. De elegante symmetrische rangschikking van de pijpen verwijst naar de twee gevouwen vleugels van de mythische vogel Feniks. Elke pijp heeft in de kom een gat aan de zijkant met daarop een metalen tong die de luchtstroom onderbreekt. De sheng produceert een opvallend helder, metaalachtig geluid. Westerse mondharmonica’s, tongorgels en concertina’s gebruiken dezelfde akoestische basisprincipes als de sheng. Mondorgels die lijken op de sheng verschijnen voor het eerst in Chinese teksten uit de 14e tot 12e eeuw voor Christus. Tegenwoordig wordt de sheng vooral gebruikt om Chinese klassieke muziek te spelen in kleine en grote ensembles met andere instrumenten zoals de pipa (verticaal tokkelinstrument) en erhu (Chinese viool). De sheng heeft een familielid in Japan: de sho.

De sho is een Japans muziekinstrument met een vrij riet dat tijdens de Nara-periode (van 710 tot 794) vanuit China werd geïntroduceerd. Het is gemodelleerd naar de Chinese sheng, maar is meestal kleiner van formaat. Het bestaat uit 17 ranke bamboepijpen, die elk in de basis zijn voorzien van een metalen vrij riet. Twee van de pijpen maken geen geluid, hoewel uit onderzoek blijkt dat ze tijdens de Heian-periode (794 tot 1185) in bepaalde muziek werden gebruikt. Er wordt gezegd dat het geluid van het instrument de roep van een feniks imiteert, en het is om deze reden dat de twee stomme pijpen van de sho zijn behouden als een esthetisch element, waardoor twee symmetrische ‘vleugels’ ontstaan. Net als de Chinese sheng worden de pijpen zorgvuldig gestemd met een druppel was. Omdat vocht dat zich ophoopt in de pijpen van de sho de klank blokkeert, warmen musici het instrument vaak op boven een kleine houtskoolkomfoor als ze niet spelen. Het instrument produceert geluid wanneer de adem van de speler wordt in- of uitgeademd, waardoor lange perioden van ononderbroken spel mogelijk zijn. De sho is een van de drie belangrijkste houtblaasinstrumenten die worden gebruikt in gagaku, de muziek van het Japanse keizerlijke hof. De traditionele speeltechniek in gagaku omvat het gebruik van toonclusters genaamd aitake, die geleidelijk van de een naar de ander bewegen en de melodie begeleiden. 

De daegeum is een grote bamboe dwarsfluit die dateert uit het zevende eeuwse Silla. Het is één van drie dwarsfluiten, de grote daegeum, de middelgrote junggeum en de kleine sogeum. De daegeum heeft één blaasopening, zes vingergaten en een extra opening die is bedekt met een dun membraan. Het instrument brengt een kenmerkend zoemend geluid voort dat zowel verfijnd als zachtaardig is.

De koushnai is een rietblaasinstrument gemaakt van twee gekoppelde rieten pijpjes van twintig centimeter lengte. De koushnai heeft een heel eigen klank: door het gebruik van twee bamboestengels is er tussen de twee tonen een microtonale trilling. Het bereik is d1-c3 (d3). De koushnai is geen virtuoos instrument zoals de fluit. De techniek is verwant aan die van de duduk.

De Armeense duduk is een van de oudste dubbelrietinstrumenten ter wereld. Door de eeuwen heen is de duduk naar veel buurlanden gereisd en heeft hij subtiele veranderingen ondergaan, zoals de specifieke stemming en het aantal gaten. Tegenwoordig zijn varianten van de duduk te vinden in Georgië (duduki), Azerbeidzjan (balaban), Turkije (mey), Perzië en de Balkan. De basisvorm is in zijn lange geschiedenis weinig veranderd. Oorspronkelijk was het instrument, zoals veel vroege fluiten, gemaakt van been. Tegenwoordig is het lichaam gemaakt van abrikozenhout. De duduk is een bedrieglijk eenvoudig instrument. Het bereik is een octaaf en een kwart. Het is ongetemperd en diatonisch en verkrijgbaar in verschillende toonsoorten. Het fluwelige, melancholische geluid en het brede dynamische bereik van de duduk hebben hem populair gemaakt voor verschillende muziekgenres. Traditioneel wordt het gespeeld in kleine ensembles, vaak in duet met framedrums zoals de daf, in lyrische liederen en dansen. Tegenwoordig wordt het ook gespeeld in grotere professionele ensembles en in stedelijke clubs.

Dit dubbelrietinstrument is verwant aan de duduk en wordt vaak gebruikt bij begrafenissen, bruiloften, regionale opera, tempel- en volksmuziek. Het is meestal gemaakt uit ebbenhout, palissander of rood sandelhout, met metalen ringen om de uiteinden als decoratie. In tegenstelling tot de westerse hobo of de veel jongere Chinese suona, beide conische instrumenten, heeft de guanzi een cilindrische boring. Dat verklaart deels het klarinet-achtige geluid ervan. Het riet is vrij hard vergeleken met een hobo-riet. Het instrument heeft 7 gaten aan de voorkant, en een of twee duimgaten. De guanzi wordt gemaakt in verschillende groottes en toonsoorten en is meestal tussen de 25 en 30 centimeter lang. Sommige moderne guanzi hebben kleppen, om het makkelijker te maken om in verschillende toonsoorten te spelen. 

De Koreaanse piri is een dubbelrietinstrument die in volksmuziek en klassieke hofmuziek gebruikt wordt. Het instrument wordt meestal gemaakt van bamboe, en heeft een cilindrische boring, wat hem een zachter geluid dan andere soorten hobo’s. Een van de meest kenmerkende klanken van de piri is de rijke vibrato en glissando die gebruikt wordt. Een typische piri heeft acht vingergaten, waarvan er zeven aan de voorkant, en de resterende aan de achterkant voor de duim. Er zijn vier soorten piri: hyang (dorp) piri, se (dunne) piri, dang (Chinese) piri en dae piri, elk geschikt voor gebruik in een ander soort muziek. De Hyang piri is de langste en meest voorkomende vorm van piri. Vanwege zijn luide en nasale toon speelt hij in ensembleverband meestal de hoofdmelodie. De se piri is kleiner, dunner en veel zachter, daarom vaak gebruikt in combinatie met zang of zachte snaarinstrumenten. De dang piri is breder en lijkt op de Chinese guanzi. De Noord-Koreaanse dae piri een gemoderniseerde piri met sleutels en een bel en lijkt veel meer op een westerse hobo. 

Uitvoerenden Atlas 2024

Mede mogelijk gemaakt door en met dank aan:

Subsidiënten

Nieuws van Oranjewoud Festival in je mail ontvangen?
Meld je aan en ontvang regelmatig (maar niet te vaak) onze digitale nieuwsbrief

Volg #OranjewoudFestival

Oranjewoud Festival is een laagdrempelig, veelzijdig en prikkelend muziekfestival in het sprookjesachtige Parklandschap Oranjewoud bij Heerenveen (Friesland) | 30 mei t/m 2 juni 2024

Deze website maakt gebruik van cookies om de gebruikerservaring te verbeteren. Door onze website te gebruiken, accepteer je alle cookies in overeenstemming met ons cookiebeleid. Meer over ons cookiebeleid